Original story: Attic

Attic is an original short story of mine. It takes place in a girls’ boarding school on a spooky night. This is a mild horror story, and contains some unpleasant descriptions.

There was a thing about attics. Shelley used to say attics were liminal places, that they were somehow outside the daily normal, places on the borders where reality went a little weird. Then again, Shelley was their star pupil in Latin, French, and anything else that had to do with languages and she was always a little too fond of big words. She was always saying a teacher was vexing her or commenting on the atmospheric pressure of a cloudy day.

When it came to attics, though, she was right. There was definitely something about them. Something that Corey, who was not at the top of the class in anything except maybe sneaking out, would call weird.

Continue reading

Posted in creative work | Tagged , , , , , | Leave a comment

Chainmail: Wrapping up

It’s taken me a while, but here’s my final post on chainmail!

The last important thing to know before you start making a pattern is how to bend the rings. Now, I know this sounds a bit unnecesary, but if you bend them the wrong way, you’ll lose the ring shape. This is a bit hard to explain without pictures, so I won’t try that.

First, grab your two pliers and hold the ring like this:

One plier on each side of the gap in your ring. Now push one side up, and the other side down, so the gap widens, but you don’t distort the ring shape. When viewed from above, gap-first as it were, it should look like this:

The arrows show the direction in which this ring has been bent. As you can see, there’s plenty of room to loop a new ring through this one. When closing this ring, you should bend it the same way (but in the opposite direction as those arrows), and you’ll find it’s just as round as it was when you started.

The main thing you’re trying to prevent with this is pulling the ring apart by bending it in the wrong direction. You want to avoid ending up with something like this:

Don’t do this!

Those arrows show the bending direction again.

Now you’re ready to start your first pattern! I always recommend starting with a european 4-in-1. It’s a classic, and it’s one of the easier ones. This is a good first-time tutorial for that weave. Once you’ve done it a few times, you might find this is a slow way to do it, but it’s very clear to begin with, and a good way to figure out how the weave works.

One of my favourite patterns is Byzantine, which you can find here. I’ve also worked with rubber rings, and metal scales! When you get a hang of the basics, it’s a lot of fun to experiment.

This was the last post on chainmail for now, I hope you liked it!

Rubber rings and scalemail. | Rubberen ringen en schubben.

Het heeft even geduurd, maar hier is mijn laatste post over maliën!

Het laatste belangrijke punt om in de gaten te houden voor je echt ietys gaat maken is de manier waarop je de ringen buigt. Ik weet dat dit een beetje onnodig klinkt, maar als je ze op de verkeerde manier buigt dan raak je de ronde vorm van de ring kwijt. Dit is een beetje lastig uit te leggen zonder afbeeldingen, dus dat zal ik ook niet proberen.

Pak twee tangen en houd de ring zo vast:

Één tang aan elke kant van de opening. Duw nu één kant naar boven, en de andere naar beneden, zodat de opening groter wordt zonder de vorm van de ring te veranderen. Als je de ring nu van boven bekijkt, ziet die er zo uit:

De pijltjes laten de richting zien van het buigen. Zoals je ziet is er genoeg ruimte om een andere ring door deze ring te halen. Wanneer je de ring dichtbuigt doe je dat op dezelfde manier, alleen in de tegenovergestelde richting. Je zult zien dat de ring nu even rond is als wanneer je ermee begon.

Wat je hiermee wilt voorkomen is dat je de ring uit elkaar trekt door in de verkeerde richting te buigen. Je wilt dus niet zoiets krijgen:

Het doet pijn om ernaar te kijken!

Ook hier geven de pijltjes de buigrichting aan.

Nu ben je klaar om je eerste patroon te maken! Ik raad altijd europees 4-in-1 aan om mee te beginnen. Het is een klassieker, en een van de makkelijkste patronen. Dt is een goede uitleg voor beginners. Als je het een paar keer hebt gedaan zal je misschien merken dat deze manier een beetje langzaam is, maar het is wel een duidelijke manier om te leren hoe dit patroon in elkaar zit.

Een van mijn favoriete weaves is Byzantijns, en die kan je hier vinden. Ik heb ook met rubberen ringen gewerkt, en metalen schubjes! Als je eenmaal de basis onder de knie hebt, is het erg leuk om een beetje te experimenteren.

Dit was voor nu mijn laatste post over maliën, hopelijk vond je het interessant!

Posted in Chainmail how-to, creative work | Tagged , , , , | Leave a comment

Chainmail: getting supplies

After the terminology, it is time for the materials and practical tips! There are really only three essentials for making chainmail: the rings, pliers to bend them and a work surface.

You can get rings in many different sizes and materials, and this all just depends on what you want to do with them. Precious metals are (obviously) more expensive. Stainless steel (and regular steel) is very strong, which also makes it hard to work with. Aluminium is relatively soft and light. There are also rubber rings which you can’t open, so you’ll have to plan out where to put them in the weave if you want to use them. Finally, there are  materials I’ve never used and can’t give my opinion on, such as copper and bronze.

I generally use aluminium. If you’re not making something that needs to hold up to a lot of stress, this is an excellent material. It’s easy to work with, won’t rust, is nice and light and comes in a wide variety of colours.

The size you want really depends on the weave you’re making, I recommend you look up the weave you want to make on M.A.I.L. and pick a ring with an aspect ratio that works well!

Most coloured rings have a coloured coating. This means the colour can scratch off, so be careful with those while you’re handling them with your pliers. The colour might also wear off over time if you’re using them in a way they will get a lot of wear, like a keychain that constantly rattles against your keys.

chain nose pliers

A pair of chain nose pliers – two of these are my main tools. | Een platbek tang – twee van deze zijn mijn standaard tangen.

Next are the pliers. You’ll want something that works with the size of rings you’re using, and you’ll most likely want chain nose pliers. Those are flat on the inside of the “nose” part and rounded on the outside. You can definitely use other kinds, just keep in mind the size and shape of the rings you want to be gripping. I’ve personally found that pliers with longer noses are harder to handle. A shorter nose gives you a little more control and a stronger grip.

 

Don’t get pliers with a texture on the inside of the nose, this might damage the rings. If your pliers slip, this can also damage your ring, but your hands will suffer as well!

An important note: you’ll need two at minimum! One to hold the ring you’re working on, and one to bend it shut.

Lastly: your work surface. You can just work on a desk, but especially if you work with smaller rings, you’ll end up dropping something and it’ll bounce off into oblivion. I’ve personally got a little metal box that is my travel set when I take chainmail supplies somewhere, and the lid is perfect as a work surface, it has a little lip to keep things contained. Any sort of tray with a lip would be a good idea.

Next time I’ll talk about actually bending these rings!

rings

My box with a selection of rings. this is the smallest size I currently use. | Mijn bakje en een selectie ringen. Dit is de kleinste maat die ik op het moment gebruik.

Na wat terminologie is het tijd voor materialen en praktische tips! Er zijn eigenlijk maar drie dingen die je nodig hebt om maliën te maken: de ringen, tangen om ze te buigen en een plek om te werken.

Er zijn ringen een vele verschillende maten en materialen, en welke je kiest hangt helemaal af van wat je ermee wilt doen. Edelmetalen zijn (logischerwijs) duurder. Staal en roestvrij staal zijn erg sterk, wat ze ook moeilijker maken om mee te werken. Aluminium is relatief zacht en licht. Er zijn ook rubberen ringen die niet geopend kunnen worden, dus met deze zal je van te voren moeten plannen waar die in het patroon komen. En dan zijn er materialen die ik nog nooit heb gebruikt en dus weinig over kan zeggen zoals kopen er brons.

Ik gebruik meestal aluminium. Als je iets maakt wat niet al te veel hoeft te weerstaan is dit een prima materiaal. Het is makkelijk om mee te werken, roest niet, is lekker licht en je kan het in veel verschillende kleuren krijgen.

De maat die je wilt hangt heel erg af van wat je ermee wilt maken. Ik kan aanraden om het patroon (de weave) op M.A.I.L. op te zoeken en een ringmaat uit te kiezen met een aspect ratio die daar goed mee werkt!

De meeste gekleurde ringen hebben een gekleurd laagje. Dit betekent dat de kleur eraf kan slijten if krassen, dus wees voorzichtig met deze ringen wanneer je ze met je tangen vasthoud en buigt. De kleur kan ook in de loop van de tijd slijten, vooral als je ergens zitten waar er vaak iets tegenaan komt, zoals een sleutelhanger die steeds tegen de sleutels aan tikt.

 

pliers

Both of my pliers in my metal box. | Beide tangen in mijn metalen doosje.

Dan hebben we de tangen. Het is in ieder geval belangrijk om iets te nemen dat werkt met de maat van je ringen, en je wilt waarschijnlijk een platbek tang. Het soort wat plat is aan de binnenkant van de “bek” en rond aan de buitenkant. Je kan zeker ook andere soorten gebruiken, hou alleen de vorm een maat van je ringen in de gaten. Persoonlijk vind ik tangen met een langere bek lastiger om mee te werken. Een kortere bek geeft wat meer controle en een sterkere greep.

Neem ook geen tang met ribbels of tanden binnen in de bek, daar kan je de ringen mee beschadigen. Je kan je ringen ook krassen als je tang wegschiet, en ook je handen! Wees voorzichtig!

Belangrijk: je hebt minstens twee tangen nodig! Een om de ring vast te houden waar je mee bezig bent, en een om die ring te buigen.

Als laatste: een werkplek. Je kunt natuurlijk gewoon op een tafel werken, maar vooral als je met kleinere ringen werkt zal je vroeger of later iets laten vallen en dan stuitert het ergens een donker hoekje in. Ik heb zelf een klein metalen doosje waar ik mijn spullen in doe als ik ze ergens mee naartoe neem en de deksel is perfect als een werkoppervlakte., het heeft een opstaand randje om dingen bij elkaar te houden. Een dienblad of iets dergelijks met een opstand randje is ook een goed idee.

Volgende keer zal ik het over het daadwerkelijke buigen hebben!

Posted in Chainmail how-to, creative work | Tagged , , , | Leave a comment

Chainmail: before you begin

 

Before I start with the proper how-to part of this series, I wanted to explain a few terms that will be useful in the future, so there will be a handy list to refer back to. I will also put a couple of links to useful websites at the bottom.

Ring/scale
A ring is a wire ring, a scale is a little plate. Rings are the basic component of any bit of chainmail!

Butted mail
A piece of mail made with rings that are bent closed and not held there by welding, riveting, or anything other than the tension of the metal. This is how I make my decorative chainmail. It is surprisingly sturdy for jewelery, but I wouldn’t recommend it for actual armour.

Weave/weaving/speedweaving
A chainmail pattern is often called a weave, and making this pattern is called weaving. Speedweaving is a method of weaving that involved closing a number of rings before you begin. It isn’t actually necessarily faster because it takes a lot of preparation, but the actual weaving is faster because you can pick up pre-closed rings when the pattern needs one. Whether you do this depends on personal preference.

Aspect ratio (AR)
You will come across this term a lot when looking at patterns, usually as something like this: “AR: 4.2”. The aspect ratio is the the inner diameter of a ring divided by the wire diameter of the wire that ring is made of. For example, a ring with an inner diameter of 6.2 mm and a wire thickness of 1.6 mm has an aspect ratio of 3.87.

This number is important because every weave works best with a certain aspect ratio. If a ring is relatively too thick, you won’t be able to fit the amount of rings necessary for the weave, and if it’s too thin, the weave will be loose, won’t look very good and might fall apart.

Here is a more in-depth article about aspect ratio and here is a handy table with names of weaves and their ideal aspect ratio.

Sheet/chain
A sheet is a flat bit of chainmail. A chain is a piece of chainmail that comes in the form of a, well, chain.

Unit
A unit is a chunk of chainmail that is repeatable to form a weave.

A few links:

The Queen Ring
This is where I get most of my supplies. They have stands at a lot of fantasy type fairs in the Netherlands, they are very friendly and deliver quickly. Their rings are ordered by material and size.

M.A.I.L.
A very useful site with a forum, many tutorials, and a lovely community.

Glossary on M.A.I.L.
A whole lot more terms explained!

Aspect ratio table

Chainmailbasket
A website with a lot of gorgeous projects and pictures, perfect for a little inspiration.

divider

Voordat ik met het echte hoe-maak-je-maliën begin wilde ik een paar termen op een rijtje zetten, wat altijd handig zal zijn. Ook zal ik hier een paar websites bijzetten. Het is wel handig om in het achterhoofd te houden dat de meeste informatie over maliën op het internet in het Engels is, daarom zal ik in het lijstje in het Nederlandse gedeelte van deze post (dit deel dus) zowel de Engelse term als die term naar het Nederlands vertaald neerzetten. Ik weet niet van alles zeker of er een gebruikelijke Nederlandse term is!

Ring/scale | ring/schub
Een ring van metaaldraad, een metalen plaatje. Ringen zijn de basis voor elk stuk maliën!

Butted mail
Ik weet helaas niet hoe ik dit het beste kan vertalen, ik noem het zelf gebogen maliën. Dit is een stuk maliën dat gemaakt is met ringetjes die dichtgebogen zijn en niet dicht zijn gesmeed, geklonken of iets dergelijks. Alleen de spanning van het gebogen metaal houd het op zijn plaats. Dit is hoe ik mijn decoratieve maliën maak. Het is verassend stevig en prima voor sieraden, maar ik zou het niet aanraden voor iets wat als echte bescherming bedoeld is.

Weave/weaving/speedweaving | weven/weefsel/snelweven
Een maliën patroon wordt vaak een “weave” genoemd, en dit patroon maken is dus “weaving”. “Speedweaving” of snelweven is een manier van weven waarbij je van te voren een aantal ringetjes dichtbuigt. Het complete proces is niet noodzakelijk sneller aangezien de voorbereiding best lang kan duren, maar het weven zelf gaat wel sneller omdat je gewoon een vooral dichtgebogen ringetje kan oppakken als het patroon dat nodig heeft. Of je dit wel of niet doet hangt af van persoonlijke voorkeur.

Aspect ratio (AR)
Dit is een term die vaak voorkomt in patronen, meestal als zoiets: “AR: 4.2”. De aspect ratio is de binnenste diameter van een ring gedeeld door de diameter van de metaaldraad van diezelfde ring. Een ring met bijvoordeeld een binnen diameter van 6.2 en een draad diameter van 1.6 heeft een aspect ratio van 3.87.

Dit is belangrijk omdat elk patroon het beste werkt met een bepaalde aspect ratio. Als een ring relatief te dik is zullen er niet genoeg ringen doorheen passen om het patroon te maken, en als de ring te dun is zal het patroon te los zijn en er niet mooi uitzien of zelf uit elkaar vallen.

Hier is een meer gedetailleerd artikel over aspect ratio (in het Engels) en hier is een handige tabel met namen van patronen en hun ideale aspect ratio.

Sheet/chain | vel/ketting
Een “sheet” is een stuk maliën dat plat ligt. Een “chain” is een stuk maliën in de vorm van een keten of ketting.

Unit | eenheid
Een eenheid maliën is een stuk maliën dat de herhalen valt om een patroon te vormen.

Een paar links:

The Queen Ring
Dit is waar ik mijn meeste spullen vandaan haal. Ze hebben standjes bij veel van de Nederlandse fantasy achtige fairs (Elfia, Castlefest, maar ook Dutch Comic Con), ze zijn erg vriendelijk en bezorgen snel. Hun ringen zijn gecategoriseerd per materiaal (en soms kleur), en daar onder naar maat. (Nederlands)

M.A.I.L.
Een hele handige site met een forum, een hoop tutorials en een hele community. (Engels)

Glossary op M.A.I.L.
Een hele hoop termen met uitleg in het Engels!

Aspect ratio tabel

Chainmailbasket
Een website met een heleboel prachtige projecten een foto’s, perfect voor wat inspiratie.

Posted in Chainmail how-to, creative work | Tagged , , , | 1 Comment

Chainmail: an Introduction

In the past, I have posted pictures of chainmail jewelery I have made on this blog. Because this is one of my favourite hobbies I would like to share a bit more about it, and maybe show you how to make it!

Let’s start of with this question: what is chainmail?

Chainmail is also known as chain or maille, chain maille or ring mail and is a kind of armour. On the most basic level, it is little metal rings linked together. It’s very similar to scale armour or scale mail, which is the same thing, except with little plates (that usually look like scales) of metal. The two can also be combined.

Fotothek_df_tg_0008481_Ständebuch_^_Handwerk_^_Plattner_^_Rüstung_^_Harnisch_^_Kettenhemd

Chainmail being made in a workshop. |  Der Panzermacher, 1698, Deutsche Fotothek.| Het maken van malën in een werkplaats. 

Historically, this type of armour arose (more or less) independently in a couple of different places. The Celts and Etruscans both had versions of chainmail. That is because this is a relatively efficient and easy use of metal. Tiny rings don’t require a huge forge to make, a town’s smith can in theory get started. Chain is easy to repair, you only need to replace the damaged rings. A mesh is a lot more lightweight than a solid breastplate, it’s flexible and lets through air but is surprisingly efficient against slashing attacks. It’s less great with thrusting attacks, and a well-aimed arrow can go clean through a chain shirt. That said, it was often worn over a lot of other padding. By the time the arrow makes its way through a hauberk, it might be slowed down enough for the leather underneath to prevent a lethal blow.

Though Wikipedia is never a good place to get all your information from, the Wikipedia page on chainmail is not a bad place to start.

Chainmail is still around today. Some butchers use it when working with knives, for example. It is also popular with re-enactors, who play out historically accurate battle scenes, and Live Action Role-Players, who play out more fantasy-based scenarios.

And then there are people like me, who make accessories and jewelery with it. Chainmail for practical uses needs to be extra strong and is usually riveted or whelded shut, but this often isn’t the case for jewelery.

In my next post I will start with some general tips, terminology and handy websites for people who want to make some chainmail!

divider

Ik heb op dit blog wel eens plaatjes gepost van maliën sieraden die ik gemaakt had. Omdat dit toch één van mijn favoriete hobbies is wil ik hier graag meer over delen, en laten zien hoe je het kan maken!

Om mee te beginnen: wat is dat eigenlijk, maliën?

Maliën, in het engels bekend onder een hele hoop termen (maille, mail, chainmail, ring mail) is een term voor een soort bepantsering. In het nederlands komt het vaak voor als maliënkolder, wat een shirt van maliën is. Het is in weze een hoop metalen ringetjes die samengewoven zijn. Het lijkt erg of scale mail (schubben-maliën), en dat is ongeveer hetzelfde idee alleen met schub-vormige stukjes metaal. Deze twee vormen kunnen ook gecombineerd worden.

800px-Chainmail_detail

A detail of riveted chainmail. Photo by Snowdog, Wikipedia. | Detail van maliën met geklonken ringen. Foto van Snowdog, Wikipedia.

Deze vorm van pantser is in de loop van de geschiedenis in een aantal verschillende plekken onafhankelijk uitgevonden. Zo hadden zowel de Kelten als de Etrusken een vorm van maliën. Het was zo populair onder andere omdat het een relatief efficiënt en makkelijke manier is om metaal tot harnas te vormen. Om kleine ringetjes te maken heb je niet een enorme installatie nodig, een dorpssmid zou ermee kunnen beginnen. Een maliënkolder is makkelijk te repareren, alleen de beschadidge ringetjes hoeven vervangen te worden. Het is veel lichter dan een bijvoorbeeld een borstplaat, het is flexibel en laat lucht door maar ik toch verrassend goed in het tegenhouden van snijdende aanvallen. Tegen een aanval die met de punt eerst komt is het minder goed, en een pijl kan in één keer door een maliënkolder heen gaan. Een maliënkolder werd echter niet alleen gedragen, er zat een hoop onder. Tegen de tijd dat een pijl door de metalen ringetjes heen kwam was de pijl misschien wel genoeg afgeremd dat de lagen leer eronder een fatale wond konden voorkomen.

Hoewel Wikipedia nooit een goede plek is om al je informatie vandaan te halen is de Wikipedia pagina over de maliënkolder (maar vooral de Engelse over “mail armour”) geen slechte plek om te beginnen.

Maliën wordt ook nu nog gebruikt. Slagers hebben soms handschoenen om tijdens het snijden aan te doen. Het is ook populair bij re-enactors, die historisch verantwoorde scenes uitspelen, en Live Action Role-Players, die aan meer fantasy-achtige scenarios doen.

En dan zijn er mensen zoals ik, die accessoires en sieraden maken. Maliën voor practische doeleinde zijn vaak dichtgeklonken of dichtgelast, met sieraden is dit niet altijd het geval.

In de volgende post zal ik wat algemene tips geven, terminologie uitleggen en handige websites aanraden voor mensen die maliën willen maken!

Posted in Chainmail how-to, creative work | Tagged , , , | Leave a comment

Two Comets

Two little snippets from the 17th century newspapers, a project by the Meertens Instituut en Delpher.nl. These two are from the Courante uyt Italien, Duytslandt, &c of February 11, 1634 and the Oprechte Haerlemsche courant of Februari 6, 1672. Apparently January is a good month for strange sights in the sky!

Wt Venetien den 13. Ianuarij 1634.
VAn Barcelonia heeftmen, dat
boven deselve Stadt een Co=
meet Starre ghesien wordt,
welcke sich met een lange hel=
dere strael, ghelijck een Lant=
se verbreydt, ende in ‘t onder=
gaen vallen drie stralen op de
Stadt:

Uit Venetië, de 13e januari 1634. Uit Barcelona heeft men dat boven dezelfde stad een komeet-ster gezien wordt, die in een lange heldere straal als een lans uitspreid. En in het ondergaan [van de komeet] vallen drie stralen op de stad.

From Venice, January 13th 1634. From Barcelona is news that above this city a comet-star is seen, which spread in a long bright beam like a lance. And in [the comet’s] setting, three beams fell on the city.

Van Casschaw, in Opper-Ongarien, werdt geschre= ven, dat in desselve Plaets, nae dese kant van Poolen, ‘t Nachts
omtrent 11 uren, een Comeet, nevens andere Teyckenen, wierden
gesien, als Omina van quade saecken.

Uit Košice in opper-Hongarije werd geschreven dat in deze plaats, in de richting van Polen ‘s nachts omtrent 11 uur een komeet, daarnaast andere tekenen, werden gezien als voortekens van kwade zaken.

From Košice in uppar Hungary was written that in this place, in the direction of Poland a comet was seen at night around eleven o’clock, as well as some other signs. They were seen as omens of evil matters.

Twee kleine stukjes uit de 17e eeuwse kranten, een project van het Meertens Instituut en Delpher.nl. Deze twee komen uit de Courante uyt Italien, Duytslandt, &c van 11 februari, 1634 en de Oprechte Haerlemsche courantvan 6 februari, 1672. Blijkbaar is januari een goede maand voor vreemde tekenen aan de hemel!

Posted in academic work | Tagged , , , , , , , | 12 Comments

Family Album Wrap-up 2

On our bookshelf is a photo album of the family van der Meer, the family of my grandmother. Sadly, I don’t know any exact dates or many names, as there are no captions on most of the photos.

 

Here we are, the very last post on the family album. Today I’ve got some information on the photographers who made the photos, where they had their office, and some last bits of speculation on dating some of the photos.

There are 65 photos in all, and 24 photographers. Or 23. Or 28. This is because there are some duplicates, and depending on how you count them, you end up with a different number. There is an M. Hille at three different addresses, I have counted this as the same photographer. Delboy also shows up in two different ways, as a L.M. Delboy and as a brothers Delboy. I’ve also counted this as the same “office” because there’s only one brothers Delboy and they have the same address as L.M.. Finally, Wollrabe appears as C.P. Wollrabe and H.W. Wollrabe, at different addresses. These, I have counted as two different offices, but it’s worth noting that when taken together, they account for 12 photos.

In first place though, with no contest, there is Delboy, responsible for 13 photographs (one of which is by the brothers Delboy, everything else by L.M. Delboy). There are 13 photographers who have only made one photo in this album.

These photographers are established in ten different cities. Den Haag is by far the best represented, with 15 of the offices in this one city. Delft and Utrecht both have two photographers, though Utrecht is a tricky case. That’s because Vermeulen has two addresses, one in den Haag en one in Utrecht. All the other cities only appear once.

Most of the photographs have an explicit date on them, but a few of them include a reference to prince Alexander, which places them between 1851 and 1884, or a few decorative shields with dates of important events, which places them after those events. The most recent year on these shields is 1892 for photographs taken by Zimmermans, and 1864 for the photo taken by Koorenhoff. The photo by Hermans has 1918 written on the back in pencil. The photo of my grandmother on page 10, bottom left, has this note on the back: “15 Aug. 1928”. As far as I have been able to date any of the photos, they are all from the last half of the 19th century, or the first third of the 20th.

Apart from the numbers, almost every single photograph has a highly detailed back. Most are very intricate, with scrollwork and shields, pictures of royalty or cherubs. One photo by Vermeulen (page 14) is different, almost Art Deco. Note the phone numbers on this one, they are only three or four numbers long!

Finally, I have made some graphs with the full breakdown of photographers by name, where the numbers are how many photos each photographer is responsible for, and photograpers by city, where the number is how many offices are in each city. All of this shows pretty clearly that the van der Meer family preferred to get their pictures at Delboy or Wollrabe, and in den Haag. That makes sense, as they lived in or around den Haag for quite a while.

That’s officially it for the foto album! I wonder, what would you like to see next? I have a few ideas…

photographers by city 2photographers by name 2

In onze kast staat een fotoalbum van de familie van der Meer, de familie van mijn grootmoeder. Helaas weet ik geen exacte data of de meeste namen, omdat dit er zo goed als nergens bij genoteerd staat.

Hier zijn we dan, de allerlaatste post van het familiealbum. Vandaag heb ik wat informatie over de fotografen die de foto’s genomen hebben, waar zij hun kantoor hadden, en wat speculatie over de datering van de foto’s.

Er zijn 65 foto’s in totaal, en 24 fotografen. Of 23. Of 28. Dat is een lastig punt, omdat er wat dubbele namen tussen zitten en het aantal fotografen hangt af hoe je ze telt. Er is een M. Hille op drie verschillende adressen, ik heb deze als dezelfde fotograaf geteld. Delboy komt ook op twee manieren voor; als een L.M. Delboy en als gebroeders Delboy. Ik heb dit ook als dezelfde fotograaf geteld omdat de gebroeders maar één keer voorkomen, en op hetzelfde adres als L.M.. Als laatste hebben we Wollrabe, die als C.P. Wollrabe voorkomt en H.W. Wollrabe, elk met een ander adres. Deze heb ik als twee verschillende fotogragen geteld, maar het is wel interessant om te weten dat ze samen voor 12 foto’s verantwoordelijk zijn.

In de eerste plaats stat Delboy, zonder twijfel. Deze heeft 13 foto’s op zijn naam (één waarvan door de gebroeders, de andere door L.M. Delboy). Er zijn 13 fotografen die maar één foto in het album hebben aangeleverd.

Deze fotografen hebben kantoor in tien verschillende steden. Den Haag is duidelijk het best vertegewoordigd, met 15 fotografen in deze stad. Delft en Utrecht hebben er allebei twee, hoewel Utrecht nog een geval apart is. Vermeulen heeft namelijk twee adressen, in den Haag en in Utrecht. Alle andere steden verschijnen maar één keer.

Op meeste foto’s staat geen expliciet jaartal, maar een aantal noemen prins Alexander wat betekent dat ze tussen 1851 en 1884 genomen zijn, of wat decoratieve schilden met een jaartal erop wat ze na het laatste jaartal plaatst. Het meest recente jaar op deze schilden is 1892 voor foto’s van Zimmermans en 1864 voor de foto van Koorenhoff. De foto van Hermans heeft 1918 in potlood op de achterkant. De foto van mijn grootmoeder op pagina 10, linksonder, heeft dit op de achterkant: “15 Aug. 1928”. Alle foto’s, tenminste de foto’s die ik enigszins heb kunnen dateren, zijn uit de laatste helft van de 19e eeuw of de eerste derde van de 20e eeuw.

Naast de nummbers  en data hebben bijna alle foto’s een erg gedetailleerde achterkant. De meeste zijn erg decoratief, met rollen en schilden, afbeeldingen van royalty en cherubijnen. EEn foto van Vermeulen (pagina 14) is een beetje anders, bijna Art Deco. De telefoonnummers zijn ook erg leuk, ze zijn maar drie of vier cijfers lang!

Als laatste heb ik wat grafiekjes gemaakt met de alle data van de fotografen erin. Op naam, waar de nummers laten zien hoeveel foto’s elke fotograaf heeft genomen, en per stad, waar de nummers laten zien hoevel fotografen per stad een kantoor hebben. Dit laat allemaal duidelijk zien dat de van der Meers hun foto’s het liefste door Delboy of Wollrabe lieten nemen, en vooral in den Haag. Dat is wel logisch, de familie woonde in of rond den Haag.

Dat is het dan officieel voor het familiealbum! Wat zouden jullie nu graag zien? Ik heb wel wat ideetjes…

Posted in Three old books | Tagged , , , , , , , | 3 Comments